De raad en de burgemeester?

De raad en de burgemeester?

De burgemeester wordt benoemd bij Koninklijk Besluit voor een periode van zes jaar. Daarna volgt eventueel herbenoeming. Een burgemeester kan ook bij Koninklijk Besluit worden geschorst of ontslagen.

De burgemeester is zowel voorzitter van de gemeenteraad, als voorzitter (en lid) van het college van burgemeester en wethouders. In beide functies moet hij (als benoemde bestuurder) onafhankelijk zijn, al mag hij in het college wel meestemmen. Als raadsvoorzitter kan de burgemeester de gemeenteraad bijeen roepen en moet hij de vergaderorde bewaren. Ordeverstoorders mag hij uit de vergadering verwijderen. De burgemeester mag ook, op eigen verzoek, deelnemen in discussies en zich laten vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. Bijvoorbeeld als de raad vergadert over een onderwerp dat binnen zijn portefeuille valt.

De burgemeester is zelf ook een bestuursorgaan, naast de raad en het college. De raad kan hem ter verantwoording roepen voor het door hem gevoerde bestuur (artikel 180 van de Gemeentewet). Als bestuursorgaan is de burgemeester verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Hij heeft bijvoorbeeld het opperbevel bij brand en kan noodverordeningen uitvaardigen. Samen met de officier van justitie en de districtschef van politie heeft hij overleg over het veiligheidsbeleid in de gemeente. In de Algemene Plaatselijke Verordening staan bepalingen met betrekking tot de openbare orde. Verder ziet de burgemeester erop toe dat de vaststelling en uitvoering van gemeentelijk beleid en samenwerking tussen de gemeente en andere overheden goed verloopt. Daarnaast waakt hij over de kwaliteit van de dienstverlening en geeft sinds de dualisering ieder jaar een burgerjaarverslag uit dat hierop ingaat.

Als een burgemeester langere tijd niet kan functioneren (bijv. door ziekte of zorgverlof), neemt een waarnemend- of locoburgemeester hem waar. Een locoburgemeester is één van de wethouders en vervangt de burgemeester als bestuursorgaan en in het college. De gemeente betaalt de vergoeding van de burgemeester, maar bij ontslag betaalt het Rijk in principe het wachtgeld – de vergoeding die de burgemeester ontvangt tijdens zijn zoektocht naar een andere betaalde betrekking. De burgemeester moet zijn nevenfuncties bekend maken aan de raad inclusief de eventuele verdiensten uit die nevenfuncties. Eventuele inkomsten uit zogeheten qualitate qua-nevenfuncties (die wethouders en burgemeesters uit hoofde van hun functie moeten vervullen), komen terecht in de gemeentekas.

Plaats een reactie

Reageren kan door je naam en e-mailadres in te vullen